
Dus ik stap in de Nieuwstraat, snabbelend aan een Luikse wafel. Ik word gestopt door zo ne pipo die geld voor een goed doel verzamelt. Nuja, ik had een halfuur niks te doen.. dus ik liet de mens zijn ding doen. Hij had zo’n schoon pakketje postkaarten vast hé.
Of ik geen “petit chose” had om te geven voor de kinderen van gezinnen die afzien voor racisme of zoiets. Sure, stukjes van 2 en 5 cent genoeg. Ik was ze al aant verzamelen toen meneer vroeg of ik anders geen briefje wou wisselen tegelijk, hij zou dan het grootste deel teruggeven, en nen euro houden ofzo.
->Mmm..Louche…<-
Ik ging nog altijd akkoord maar vroeg hem eerst zijn certificaat te tonen, of een soort bewijs dat hij voor die whatever-dinge-goed-doel werkte.
“Bin oui…” zei hij in’t Frans hé, “we zijn in totaal met 15 en mijn superviseur staat daar helemaal, en hij is het die le certificat heeft.”
Ik haalde mijn beste leugen boven en verkondigde
“La loi vous oblige alors de avoir au moins une photocopie alors d’un certificat pareil pour demander de l’argent aux gens”, alléé, dus dat da wettelijk toch een vereiste is ofzo dat hij dat moet kunnen tonen hé. (Is dat trouwens niet zo?)
Hier! ‘t Antwoord dat hij gaf! La meilleure!
“Bon, monsieur, c’est clair dat u niets wilt geven aan de arme kinderen hé. Kom ‘t is goed. Laat vallen.”
“Mais monsieur, vous me comprenez toch hé?” vroeg ik om zeker te zijn.
“Kom, ‘t is al goed meneer”, zei hij, en liep verder.