Je weet dat je…

Je weet dat je al lang in Brussel woont wanneer je niet meer opkijkt van het volgende:

Ik moest voor een administratieve boodschap even langs het politiekantoor moet in Molenbeek. Ik begin aan de loketbediende mijn verhaal. Na mijn eerste zin word ik lachend onderbroken met ‘Hoho monsieur monsieur.. Je ne parle pas du tout le néerlandais! Vous pouvez parler français?‘.

De politie in Molenbeek die geen woord Nederlands verstaat. Nice.

Het is dat ik al te lang in Brussel woon & kom, maar het kon mij op dat moment dus geen fluit schelen, en ik heb mijne parlé netjes in’t Frans gedaan.

Zo fout eigenlijk. Zowel van haar als van mij. Of niet? Mijn Nederlands is aan het verbrusselen, merk ik, maar mijn trots van het Nederlands ook.

In sommige gevallen gebruik ik in Brussel het Frans en/of Nederlands als een sociaal wapen. Tegenover iemand die absoluut geen Nederlands kan, heb ik het gevoel moreel punten te scoren door te bewijzen dat ik (zeer goed) Frans kan spreken. So what, dus gij kunt in hoofdstand jongleren met eieren en tegelijk de macarena dansen? Pfrt! Ik kan tenminste de andere landstaal spreken.

Wanneer ik echter mijn gelijk wil halen tegenover iemand, bv. al klagend in een winkel, dan spreek ik vlot Nederlands tegen de Franstalige winkelbediende. Zeker wanneer ik helemaal niet zo zeker ben van mijn gelijk, maar eerder het systeem wil fucken. Dan zeker moet ik mijn Nederlands als wapen bovenhalen: omdat ik de nuances van beide talen beter onder de knie heb dan mijn gesprekspartner, sta ik altijd een beetje steviger in mijn vel.